05

Dec 2016

Het whiplashsyndroom is het geheel van klachten en verschijnselen na een lichamelijk trauma, bijvoorbeeld een ongeval. Meestal beginnen de klachten niet onmiddellijk na het ongeluk, maar pas uren of dagen later. Vaak is er een opvallend, continu patroon in de klachten te herkennen. Een klassiek patroon is: pijn in de nek, schouders en hoofd, uitstralende pijn in een of beide armen, pijn tussen de schouderbladen, tintelingen, gevoelsstoornissen en/of een tijdelijk verlies van kracht in een of beide armen dat doorloopt tot in de vingers, duizeligheid, evenwichtsstoornissen, oorsuizen en wazig zien.

Uit onderzoek blijkt dat ongeveer de helft van de patiënten spontaan herstelt na enkele weken. Bij 80 procent van de overige helft houden de klachten tot een jaar aan. Dan hebben we te doen met een postwhiplashsyndroom. Bij een laat postwhiplashsyndroom duren de klachten langer dan een jaar.

Wat gebeurt er tijdens een whiplash?

Er treden onder meer minuscule puntbloedingen op in het ruggenmerg, ter hoogte vande borst en nekzone. Deze kleine bloedingen hebben tot gevolg dat er kleine verklevingen en littekentjes ontstaan. Die veroorzaken op hun beurt kleine bewegingsbeperkingen. Allemaal op microniveau, maar als alles wordt verzameld, blijft een behoorlijk grote bewegingsbeperking over. Een grote storing dus in de doorstroming van de zenuwbanen. Bovendien krijgt het heiligbeen, dat onder in de rug ter hoogte van het bekken ligt, een enorme schok te verduren tijdens een whiplash. Verder kunnen ook de organen en de gewrichtsbanden erbij betrokken zijn.

De ernst van de verwondingen heeft niets te maken met de intensiteit van de klachten. Een schijnbaar klein trauma kan soms een zeer heftig en langdurig klachtenpatroon oproepen. Omdat het medisch onderzoek vaak geen of weinig afwijkingen aan het licht brengt en uiterlijk aan whiplashsyndroompatiënten niets te zien is, bestaat het risico dat zij zich onzeker en onbegrepen voelen.

Vaak ontstaan conflicten en isolement, waardoor de klachten alleen maar toenemen. Daarom is een goede begeleiding noodzakelijk. Als de patiënt niet beter wordt en structurele problemen werden uitgesloten, dan is het zinvol om een osteopaat te raadplegen. Hij zal vooral aandacht besteden aan de schedelbeenderen, het membranensysteem met de hersen- en ruggenmergvliezen, de wervelkolom, het bekken en het heiligbeen, en hart, lever en nieren.

Door het vrijmaken van de ophanging- en aanhechting in de betrokken structuren zullen de verschillende functies opnieuw gestabiliseerd worden. Hierop zullen de klachten verminderen. Als na drie of vier behandelingen geen beterschap optreedt, dan zal de osteopaat de behandeling stopzetten. Echter, vrijwel alle whiplashpatiënten stellen een verbetering vast. Ook bij diegene bij wie het trauma jaren geleden plaatsvond.

Auteur : Robin Demeeter | All rights reserved 

Plan uw afspraak via www.robindemeeter.be of www.barbarabertholet.be of stel ons uw vraag per mail via deze link
Pagina delen: